Omgaan met spanning en onrust

Ik weet nog goed dat ik een meisje was van ongeveer tien jaar. Ik had een jeugdjournaal gezien, waarna ik meermaals wakker schrok uit nachtmerries. Ik maakte me als ukkie veel te veel zorgen om de grote wereldproblemen. Ik kan me nog levendig herinneren hoe mijn moeder op het randje van mijn bed kwam zitten en me, al wrijvend over mijn rug, een verhaal vertelde over een mooie droom waarin ik onder een boom al mijn zorgen aan een konijntje kon vertellen. Zelfs de boom en het vertellen herinner ik me nu, 30 jaar later, nog levendig. Daarna waren de nachtmerries over.

Jaren later ontdekte ik pas dat mijn moeder me had helpen visualiseren. Wat een geluk dat ze me al zo vroeg leerde om met spanning en angst om te gaan!

Soms zijn er afspraken of momenten waar je tegenop ziet. Ook als je nog klein bent en gewoon naar school moet. Tegenwoordig lijkt het wel alsof we altijd tijd tekort komen! Haast haast haast. Er is maar even tijd voor bijvoorbeeld rekenen en dan moeten we alweer door naar het volgende onderwerp. De les moet af en dus moet er stevig doorgewerkt worden.

Zeker als je moeite hebt met een vak, kan dat spanning opleveren. Of, net als in mijn verhaal, kan zelfs een jeugdjournaal angst geven. De informatie kan simpelweg nog 'te veel te vroeg' zijn. Op langere termijn heeft die spanning een nadelig effect op de gezondheid en vooral het zelfvertrouwen en gevoel van 'welzijn'. Dat zie ik regelmatig terug door overprikkelde leerlingen. Druk, in gedrag of in hun hoofd, waardoor ze moeite hebben zich echt te concentreren. Deze week zelfs een leerling in tranen omdat ze een som niet stapte. Zoveel stress om één som: dát is niet goed!

Zeker als je nog klein bent, weet je niet hoe je ermee om moet gaan. Niet gek; grote mensen vinden dat soms nét zo moeilijk! Ouders kunnen daarbij helpen door:

1. Regelmaat! 

Als het op school/thuis druk is, hou dan vooral de regelmaat van elke dag vast. Dezelfde tijd om te eten en vooral om naar bed te gaan, dezelfde regels. Juist de bekende routine kost het lichaam de minste energie. Het geeft een kind de gelegenheid zijn energie aan 'de rest' te besteden.

2. Opladen

Stress kost energie. Bouw dus momenten in om uw kind een kans te geven te ontspannen en nieuwe energie op te doen. Let op: Dat soort opladen is voor iedereen anders. De één laadt zich op door een spelletje te doen, de ander door een boekje te lezen op de bank. Gezelschap versus prikkelarm. Wat geeft uw kind energie? Zorg ervoor dat er dagelijks zo'n momentje is.

3. Kindervisualisaties

Een krachtige methode, zoals al blijkt uit het voorbeeld van mijn boom! Op youtube zijn verschillende video's te vinden met korte verhaaltjes onder begeleiding van rustgevende muziek. Een rustige plek, bijvoorbeeld op de bank of op bed is genoeg om in die paar minuten te 'resetten'.

4. Kinderyoga

Een vergelijkbare methode als de visualisaties! Dat hoeft niet eens via een les. Eenvoudige rek- en strekoefeningen om uw kind weer bewuster te maken van zijn eigen lijf kunt u zelf ook samen doen. Hier een video  In de les doe ik soms halverwege een taak een hand- en armoefeningenserie. Het is opvallend hoe fijn leerlingen het vinden én het verschil in hun werk vlak voor en na de oefeningen.

5. Beweging

Het is een vreselijk cliché, maar via sport en beweging kan uw kind spanning kwijtraken. Een tip tijdens spannende periodes: Ga eens een stuk samen wandelen of fietsen! Er komt vaak vanzelf een mooi gesprek op gang. 

 

 

Tip voor thuis  1: het woordbeeld

In de les zorg ik altijd wel voor een oefening op gebied van executieve functies of geheugentraining. Voor sommige groepen zet ik structureel een programma in om aan bepaalde vaardigheden te werken. Concentratie bijvoorbeeld bij een groep die snel zijn focus kwijtraakt. 

Maar, dat ene uurtje in de week? Tja, het kán krachtiger! En daar komt u als ouder om de hoek! Wat zou ik het tof vinden als meer ouders kleine oefeningen doen met hun kind! Deze editie: het woordbeeld.

notebook03.pngWat me altijd opvalt, is dat veel leerlingen wel drie keer kijken naar hetzelfde woord tijdens het opschrijven. Met andere woorden, ze gebruiken hun werkgeheugen niet of onvoldoende. Dáár kunnen we iets aan doen!

Neem een (willekeurig) leesboek. We beginnen even met een makkelijk woord, om te oefenen. Laat uw kind het woord goed bestuderen. Neem er echt te tijd voor. Kinderen roepen al snel klaar te zijn, maar dat blijkt dan toch te vluchtig.

Dek het woord af en laat uw kind het woord spellen per letter of klank (afhankelijk van de leeftijd).  En daarna...grote schrik: achteruit spellen! Lukt dat? High five! We zoeken dan natuurlijk wel een iets moeilijker woord. U zult zien dat uw kind het woord steeds bedachtzamer zal bestuderen.

Variatietip 1: Niks leukers als een woord zoeken voor papa of mama om te onthouden! Kies om beurten een woord dus.

Variatietip 2: Onderzoek bij juf of meester welke woorden uw kind nog moeilijk vindt. Het kan een woord zijn met een tweeklank (eu, ui, oe, ei) of meerdere medeklinkers achter elkaar (str, rst, kl, zw). Kies zulke woorden in een boek om heel specifiek daarin het werkgeheugen te trainen.

Variatietip 3: Het is een mooie manier om nieuwe woorden te onderzoeken. U kunt na het spellen het woord ook bespreken; wat betekent het? Hoe gebruik je het in een zin? Kunnen we een raadsel over dit woord bedenken?

Mocht u uw kind ook helpen met huiswerk, let er dan op dat hij of zij deze vaardigheid ook gaat toepassen als er dingen moeten worden opgeschreven. Eén keer écht kijken en dan hup, aan de schrijf.