Executieve functies: wat zijn dat?

Misschien hebt u 'in de wandelgangen' al iets gehoord? Als we al van trends kunnen spreken in het onderwijs, dan is dit er zeker eentje: executieve functies.

Mensen leren en kunnen de dagelijkse dingen 'vanzelf': je bezit de vaardigheden om te beslissen welke taak je eerst aanpakt, waar je je aandacht op moet richten of hoe je een activiteit moet plannen en organiseren. Van de heel simpele taken zoals een boodschapje tot het ingewikkeldere werk zoals een feestje organiseren. De afgelopen jaren is over de manier waarop onze hersenen werken veel meer bekend geworden. Hoera, want nu we meer weten, kunnen we er ook naar handelen. We kunnen de kennis in gaan zetten in het onderwijs of in ons eigen dagelijks leven. 

Executieve functies stellen ons in staat om onze emoties te reguleren en onze gedachten te 'besturen' en overzien, zodat we effectief kunnen handelen. 

Dit soort vaardigheden zijn ingedeeld in een aantal groepen. Iedereen heeft zo z'n sterke en zwakke kanten. In sommige gevallen kunnen die zwaktes zodanig in de weg zitten, dat het functioneren in de klas erop achteruit gaat of zelfs zodanig belemmert wordt dat het leren eronder te lijden heeft. Zie hier een overzicht.

1. Planning: het vermogen een plan te bedenken, keuzes te maken, een doel vast te stellen en beslissingen te nemen. Als u net als mij een lijstjesliefhebber bent, komt het wel goed met plannen.

2. Organisatie: het vermogen om dingen op een bepaalde manier te organiseren, bijvoorbeeld je kast of je huis. Oh, wat kan ik genieten van iemand als Marie Congo, die het hele huis overhoop haalt, waarna het dan zalig is georganiseerd. Hadden we allemaal maar een Marie.

3. Timemanagement: Het in kunnen schatten van de tijd die je ergens voor nodig hebt, de limiet die je jezelf moet stellen en je beseffen welke deadlines je hebt. 

4. Werkgeheugen: De vaardigheid om informatie in het geheugen te houden. Dat kan heel kort zijn om een som uit te rekenen, maar ook wat langer, bijvoorbeeld onthouden hoe je de vorige keer een probleem had opgelost en daarop terug kunnen grijpen.

5. Metacognitie: Het vermogen om jezelf te evalueren en erop te reflecteren. De mens is het enige wezen dat kan nadenken over zijn gedachtes. Hoe heb ik het gedaan en hoe kan ik het beter aanpakken? Waarom vind ik dit zo moeilijk?

6. Reactie-inhibitie: het vermogen om jezelf te beheersen en niet direct te reageren.

7. Emotieregulatie: Het vermogen om je emoties te sturen. Je kunt je taak afronden, zonder je teveel te laten remmen door de emotie die op dat moment in je opkomt. Een vervelende taak als afwassen moet tenslotte toch gebeuren!

8. Volgehouden aandacht: Ik had ooit een jongetje in mijn groep (jeugdzorg) dat grote, maar dan ook echt grote moeite had met uitgestelde aandacht. Er schoot hem iets te binnen en dat moest hij direct kwijt. Juf, juf, juf, juf. Er werd op mijn schouder geklopt en dat stopte pas als ik luisterde naar zijn verhaal. Vertellen dat hij even moest wachten? Ja natuurlijk. Dat kostte hem de grootste moeite. Het arme ventje had het soms zwaar te verduren.

9. Taakinitiatief: Zonder dralen aan een taak beginnen. U kent misschien wel de collega of leerling die er tien minuten (of langer) over doet om zich ertoe te zetten echt iets te gaan doen.

10. Flexibiliteit: Het vermogen om te gaan met veranderingen. Het kan soms best dat er een foutje in de planning is, waardoor iets niet doorgaat. Het welbekende: Helaas kan de cursus 'omgaan met teleurstellingen' niet doorgaan.

11. Doelgerichtheid: Het vermogen om een doel te stellen en dat te realiseren, ondanks oponthoud, belemmeringen of afleiding. Ik geef het eerlijk toe, dat wil bij mij nog wel 'es misgaan. Huishouden of even naar een winkel? Nou, doe mij die laatste dan maar.

De komende tijd geef ik u regelmatig een tip hoe u kunt oefenen met één van deze vaardigheden. Hou het nieuws dus zeker in de gaten!